Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.4.2

Economische en maatschappelijke binding

Onderdeel van Huisvestingsverordening Amersfoort 2011

Bij de toepassing van het begrip economische binding wordt er van uit gegaan dat aan personen, die met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in de Provincie Utrecht te vestigen, een huisvestingsvergunning kan worden verstrekt dan wel ingeschreven kan worden als woningzoekende. Van maatschappelijke binding is in Amersfoort sprake indien een woningzoekende als inwoner staat geregistreerd in het bevolkingsregister van Amersfoort of één van de gemeenten in de Provincie Utrecht. Voorts mag op grond van artikel 13 c lid 1 in een aantal gevallen er geen onderscheid gemaakt worden naar economische of maatschappelijke binding. lid 1: De tekst van artikel 13 c lid 1 van de wet luidt: 1.Behoudens het bepaalde in het tweede lid, wordt geen onderscheid naar economische of maatschappelijke binding gemaakt ten aanzien van woningzoekenden: waarvan redelijkerwijs niet of niet meer verwacht kan worden dat zij door het duurzaam verrichten van arbeid in hun bestaan voorzien, zoals gepensioneerden, ernstig invaliden en langdurig werklozen; die als remigrant wensen terug te keren naar Nederland of zijn teruggekeerd, doch nog niet over passende huisvesting beschikken; die met toepassing van artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet als vluchteling zijn toegelaten of van wie het verzoek om toelating als vluchteling is afgewezen, onder verlening, gelijktijdig of nadien, van een vergunning tot verblijf of humanitaire gronden, als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet, zonder dat daaraan beperkingen zijn verbonden, een en ander indien zij in verband met die omstandigheid woonruimte behoeven; die na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, in verband met die omstandigheid dringend woonruimte behoeven, of die een procedure tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed aanhangig hebben gemaakt en een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 822 en 823 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering hebben verkregen, indien zij in verband met die omstandigheid dringend woonruimte behoeven. lid 2: De tekst van artikel 6 van het besluit luidt: Een onderscheid naar economische of maatschappelijke binding wordt niet gemaakt ten aanzien van woningzoekenden: die een huisvestingsvergunning aanvragen met het oog op een voorgenomen woningruil, indien ten minste één der bij de ruil betrokken partijen behoort tot een categorie, genoemd in artikel 13 c, eerste lid, van de wet, of aan de ruil een aanvaarding van een werkkring ten grondslag ligt; die als personeel in dienst zijn van het Europees Laboratorium voor ruimtetechnologie van de European Space Research Organisation en hun functie in Nederland uitoefenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel