De criteria zoals vastgelegd in dit artikel zijn regionaal besproken. Iedere regio-gemeente neemt in ieder geval deze criteria en voorwaarden op in de plaatselijke verordening. Hierbij mag geen onderscheid gemaakt worden tussen "eigen" woningzoekenden en "provinciaal" woningzoekenden.
Aan de hand van maatschappelijke ontwikkelingen kunnen deze criteria en voorwaarden worden aangepast of komen te vervallen of kunnen nieuwe criteria worden toegevoegd.
De urgentieregeling is verder uitgewerkt in de beleidsregels.
Met de passage ‘er naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen andere mogelijkheid bestaat om het woonruimteprobleem op te lossen’, worden situaties bedoeld als:
een zelf veroorzaakte situatie
belemmeringen die in de huidige woning op te lossen zijn
mogelijkheid tot woningruil
bij voldoende mogelijkheden om zichzelf te huisvesten (voldoende inschrijfduur/ inkomen/vermogen)
lid 1 Het verlenen van een urgentieverklaring op grond van dwingend beleidsmatige redenen gebeurt louter na voordracht door de betreffende organisaties bij het college van burgemeester en wethouders.
lid 1 sub b: taakstelling ingevolge artikel 60 a lid b van de Huisvestingswet.
Lid 1 sub e: de te doorlopen procedure voor bewoners uit stedelijke vernieuwingsgebieden staat beschreven in het ‘Sociaal Statuut’.
Hoofdstuk
Artikel 2.6.3
Criteria voor urgentieverlening
Onderdeel van Huisvestingsverordening Amersfoort 2011