**a..** bandbreedte : de marges waarbinnen de feitelijke arbeidsduur per week kan fluctueren. Voor een voltijd medewerker bedraagt deze marge 30 –42 uur (CAR);
**b..** arbeidsduur : de vooraf vastgestelde omvang van het aantal uren in een bepaalde periode gedurende welke door de medewerker arbeid moet worden verricht (CAR);
**c..** werktijd : de periode tussen vastgestelde tijdstippen gedurende welke door de medewerker arbeid moet worden verricht;
**d..** bloktijd : tijd waarin iedereen aanwezig moet zijn;
**e..** glijtijd : tijd waarin aankomst en vertrek vrij zijn;
**f..** bedrijfstijd : de tijd gedurende welke een bepaalde afdeling aan burgers en bedrijven diensten aanbiedt;
**g..** pauze : een aaneengesloten periode waarmee de arbeid tijdens de dienst wordt onderbroken, rekening houdend met de bepalingen in de Arbeidstijdenwet;
**h..** standaard werktijd : de fictief vastgestelde tijdstippen gedurende welke door de medewerker arbeid moet worden verricht.
Hoofdstuk
Artikel 4:2:1:1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO) gemeente Coevorden