**1..** De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is
aangenomen.
**2..** In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet
van stemming hebben onthouden.
**3..** Indien door één of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
voorzitter daarvan mededeling.
**4..** De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig
artikel 17 van dit reglement is aangewezen. Vervolgens geschiedt
de oproeping kloksgewijs.
**5..** Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
dat zich niet, gelet op het bepaalde in artikel 28 van de
Gemeentewet, van deelneming aan de stemming moet onthouden,
verplicht zijn stem uit te brengen.
**6..** De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’
uit te spreken, zonder enige toevoeging. De voorzitter kan ook
vragen om te stemmen door handopsteken.
**7..** Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
verandering.
**8..** De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
besluit.
Hoofdstuk III › Paragraaf 3
Artikel 29
Algemene bepalingen over stemming
Onderdeel van Reglement van Orde van de gemeenteraad en de raadscommissies Bloemendaal 2011