Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III › Afdeling 6

Artikel 23

Kwijtschelding bij overlijden

Onderdeel van Reglement Gemeentelijke Kredietbank Breda

1.. Burgemeester en Wethouders kunnen het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtschelden, als de kredietnemer overlijdt. 2.. De in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding geldt in ieder geval niet, als: en voor zover deze betrekking heeft op betalingen van achterstallige termijnen en daaruit voortvloeiende bijkomende kosten; het overlijden het rechtstreekse gevolg is van oorlogsgeweld, binnenlandse onlusten, natuurrampen of epidemische ziekten; het overlijden het gevolg is van suïcide dan wel een poging daartoe en plaats vindt binnen zes maanden na het sluiten van de kredietovereenkomst; dit uitdrukkelijk door partijen is overeengekomen. 3.. Burgemeester en Wethouders kunnen besluiten, als het voorgaande lid van toepassing is, wegens bijzondere omstandigheden van het geval alsnog kwijtschelding te verlenen. 4.. Burgemeester en Wethouders kunnen de bevoegdheden als bedoeld in de leden 1 en 3 in het gemeentelijk mandaatsbesluit aan de directeur toekennen.

Rechtspraak bij dit artikel