**1..** Burgemeester en Wethouders kunnen het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtschelden, als de kredietnemer overlijdt.
**2..** De in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding geldt in ieder geval niet, als:
en voor zover deze betrekking heeft op betalingen van achterstallige termijnen en daaruit voortvloeiende bijkomende kosten;
het overlijden het rechtstreekse gevolg is van oorlogsgeweld, binnenlandse onlusten, natuurrampen of epidemische ziekten;
het overlijden het gevolg is van suïcide dan wel een poging daartoe en plaats vindt binnen zes maanden na het sluiten van de kredietovereenkomst;
dit uitdrukkelijk door partijen is overeengekomen.
**3..** Burgemeester en Wethouders kunnen besluiten, als het voorgaande lid van toepassing is, wegens bijzondere omstandigheden van het geval alsnog kwijtschelding te verlenen.
**4..** Burgemeester en Wethouders kunnen de bevoegdheden als bedoeld in de leden 1 en 3 in het gemeentelijk mandaatsbesluit aan de directeur toekennen.
Hoofdstuk III › Afdeling 6
Artikel 23
Kwijtschelding bij overlijden
Onderdeel van Reglement Gemeentelijke Kredietbank Breda