Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 30

Reserve en fondsen

Onderdeel van Reglement Gemeentelijke Kredietbank Breda

1.. De Kredietbank vormt ten minste een risicofonds. 2.. De Kredietbank kan desgewenst eveneens een algemene reserve, een rente-egalisatiefonds en een voorzieningenfonds vormen. 3.. De fondsen worden gevoed uit de exploitatieopbrengsten van de Kredietbank. 4.. Burgemeester en Wethouders stellen op voordracht van de directeur en de accountant het bedrag vast dat aan de afzonderlijk fondsen dient te worden gedoteerd. 5.. Het verlies dat door de kredietbank in enig jaar wordt geleden op de verstrekte kredieten, komt ten laste van het risicofonds. 6.. De Kredietbank draagt er zorg voor dat op 31 december van elk boekjaar het saldo van het in het eerste lid van dit artikel genoemde fonds gelijk is aan of meer bedraagt dan de uitkomst van de vaste berekening van het risico bij alle uitstaande geldleningen. 7.. De Kredietbank streeft ernaar, dat het bedoelde gezamenlijke saldo in verhouding tot het balanstotaal in ieder geval gelijk is aan het percentage dat de Nederlandsche Bank NV als solvabiliteitscriterium hanteert voor de banken waarop zij het toezicht uitoefent. 8.. Als er sprake is van een samenwerkingsovereenkomst, zoals genoemd in artikel 3, eerste en tweede lid van dit reglement, vormt de Kredietbank voor een samenwerkende gemeente een afzonderlijk risicofonds; dit fonds wordt gevoed uit de opbrengsten van kredietverstrekking aan aanvragers uit de samenwerkende gemeente. 9.. Ten laste van een in het achtste lid genoemde fonds worden de niet (meer) inbare kredieten gebracht, welke zijn verstrekt aan aanvragers uit de samenwerkende gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel