2.1 Integrale aanpak drugsproblematiek
De regering is van mening dat de handhaving van de Opiumwet een gecoördineerde inzet van bestuur, Openbaar Ministerie en politie vereist, zodat via verschillende invalshoeken kan worden opgetreden tegen de neveneffecten van de aanwezigheid van coffeeshops. Daarbij dient uit de Opiumwet zelf te blijken dat handhaving niet uitsluitend afhankelijk wordt gesteld van de strafrechtelijke handhaving. Met de Wet Damocles is het bestuurlijke instrumentarium uitgebreid en wordt de geïntegreerde bestuurs- en strafrechtelijke aanpak bij de handhaving van de Opiumwet bevorderd.
2.2 Direct instrument
In tegenstelling tot artikel 174a Gemeentewet is het doel van artikel 13b Opiumwet niet het bestrijden van overlast als gevolg van handel in drugs. De President van de rechtbank Venlo overwoog al op 3 juni 1999: “Weliswaar blijkt uit de parlementaire toelichting dat met de uitbreiding van de Opiumwet met het onderhavige artikel 13b tevens is beoogd de met de handel in drugs gepaard gaande overlast tegen te gaan, doch men heeft primair willen bereiken dat met de invoering van dit artikel - en dat blijkt zowel uit de parlementaire behandeling als uit de redactie van het artikel - de burgemeester een direct instrument voorhanden heeft in de vorm van het toepassen van bestuursdwang om de verkoop, de aflevering of de verstrekking dan wel de aanwezigheid van middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet in en vanuit voor het publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven een halt toe te roepen. Die bevoegdheid ontstaat zodra de verkoop, aflevering, verstrekking of de aanwezigheid zich voordoet.”
Deze uitspraak is in vrijwel exacte bewoording gevolgd door de President van de rechtbank Zutphen (9 juli 1999), die er overigens nog aan toevoegt: “Daarmee is gegeven dat ook andere aspecten, zoals bijvoorbeeld het belang van de bescherming van de volksgezondheid, mogen worden betrokken bij de afweging die vooraf gaat aan de toepassing van bestuursdwang.”Concreet houdt bovenstaande in, dat de bevoegdheid tot de toepassing van bestuursdwang door de burgemeester ontstaat zodra verkoop, aflevering, verstrekking of de aanwezigheid van soft- of harddrugs zich in een voor publiek toegankelijk lokaal voordoet. Overlast is derhalve geen voorwaarde voor het ontstaan van de bevoegdheid tot het toepassen van de last onder bestuursdwang.
2.3 Doel gemeentelijk Damoclesbeleid
In het verlengde van het doel dat de wetgever nastreefde bij het opstellen van de “Wet Damocles”, beoogt onze gemeente met dit beleid primair:
a. de preventie en beheersing van de uit druggebruik voortvloeiende
risico’s voor de gezondheid;
b. het beheersen van de negatieve effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden in de gemeente;
c. het scheiden van de markten van soft- en harddrugs in de gemeente;
Secundair beoogt onze gemeente met vastlegging van dit beleid kenbaar te maken hoe de burgemeester omgaat met de discretionaire (elementen van de) bevoegdheid als bedoeld in artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet.
Artikel 2 Doel van de Wet Damocles
Artikel 2 Doel van de Wet Damocles
Onderdeel van Beleidsregels Wet Damocles gemeente Schouwen-Duiveland 2010