Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:14:1:5

Artikel 3:14:1:5

Onderdeel van ARBEIDSVOORWAARDENREGELING GEMEENTE MIDDELBURG.

1.. Inconveniëntenbeschrijvingen kunnen worden opgemaakt: voor die functies waarvoor het college van burge­meester en wethouders dit bij de invoering van de Regeling inconveniëntenwaardering noodzakelijk acht; bij wijziging van het systeem van inconveniënten­waardering voor die func­ties waarvoor het college van burgemeester en wethouders dit bij de in­voering van de Regeling inconveniëntenwaardering noodzake­lijk acht; bij wijziging in de organisatie voor alle functies, die bij deze wijzi­ging zijn betrokken; bij wijziging van een functie; bij nieuwe functies een jaar na de datum waarop deze functies voor het eerst werden vervuld; bij wijziging in de omstandigheid waaronder de func­tie moet worden ver­vuld. 2.. Een verzoek tot het opmaken van een inconveniëntenbe­schrijving kan in de gevallen genoemd onder c tot en met f uitgaan van het college van burgemees­ter en wethouders en/of de functionaris. 3.. Bij verbetering van de arbeidsomstandigheden dient de inconveniëntenbe­schrijving te worden aangepast door de directeur. 4.. Indien er een nieuwe functiebeschrijving wordt opgemaakt voor een bestaande functie waar een inconveniëntenbe­schrijving voor van toepassing was, dient dit tevens te leiden tot een nieuwe inconveniëntenbeschrijving.

Rechtspraak bij dit artikel