Het college oefent de bevoegdheid tot het uitvoeren van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO) en de daaraan verbonden nadere regelingen ten behoeve van de griffier en de medewerkers van de griffie, behoudens voor zover het betreft:
het nemen van besluiten met betrekking tot de aanstelling, overplaatsing, schorsing of het ontslag van de griffier;
het vaststellen van instructies en dienstopdrachten ten aanzien van de griffie;
het verlenen van vakantie en verlof aan de griffier;
besluiten met betrekking tot de ontwikkeling, beoordeling en beloning van de griffier;
het nemen van disciplinaire maatregelen ten aanzien van de griffier.