Burgemeester en wethouders doen ten minste eenmaal per twee jaar aan de
raad verslag omtrent hetgeen zij hebben verricht ter uitvoering van
artikel 30 van de wet. Zij leggen daarbij verantwoording af over de
verslagen die door de archivaris aan hen zijn uitgebracht in verband met
het beheer van de archiefbewaarplaats en het toezicht op het beheer van
de archiefbescheiden die niet zijn overgebracht naar de
archiefbewaarplaats.