De wetgever heeft in de Telecommunicatiewet de voorschriften op genomen, die
het college in het instemmingsbesluit kan opnemen. Het gaat om artikel 5.4
leden 2 en 3 van de Telecommunicatiewet.
Burgemeester en wethouders kunnen om redenen van openbare orde, veiligheid,
het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of
gebouwen, dan wel ondergrondse ordening in het instemmingsbesluit
voorschriften opnemen.
De voorschriften kunnen slechts betrekking hebben op
De plaats van de werkzaamheden;
het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het
toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zeer zwaarwichtige
redenen van publiek belang als genoemd in het tweede lid, niet later
mag plaatsvinden dan 12 maanden na de datum van afgifte van het
instemmingsbesluit;
de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;
het bevorderen van medegebruik van de voorzieningen;
het afstemmen van overig in de grond aanwezige werken.
Het instemmingsbesluit is een beschikking is in het kader van de Algemene
wet bestuursrecht; indien de aanvrager het niet eens is met de gegeven
voorschriften bij het instemmingsbesluit is bezwaar en beroep mogelijk bij
resp. bij de rechtbank Rotterdam en het College van Beroep voor het
bedrijfsleven (Artikel 17.1 Telecommunicatiewet).
Het college kan de werkingsduur van het instemmingsbesluit beperken om te
voorkomen dat de aanvrager nog gebruik maakt van een dergelijk besluit
geruime tijd na afgifte. Immers het intussen gewijzigde gebruik van de
openbare gronden kan het aanleggen van een telecomkabel onwenselijk maken.
Het eerste lid geeft als aanvulling dat het college naast voorschriften over
tijdstip plaats en dergelijke met betrekking tot de uitvoering ook
voorschriften opstelt over de uitstraling, vormgeving, kleur, situering en
afmetingen van voorzieningen als kasten handholes en dergelijke behorende
bij het netwerk.
Het tweede en derde lid heeft betrekking op de situatie dat er een
instemmingsbesluit wordt gevraagd voor een tracé door een straat waarvan de
verharding langer dan een door de gemeente nader vast te stellen aantal
jaren is vernieuwd of aangelegd. In het vooroverleg tussen gemeente en
aanbieder zal dan worden onderzocht of een alternatief tracé mogelijk is,
waarover partijen het eens kunnen worden.
Indien geen alternatief tracé kan worden gevonden of indien de aanbieder het
alternatieve tracé afwijst, zal de gemeente herstel over de gehele straat-
of trottoirbreedte eisen. Zo’n eis tot schadevergoeding maakt geen deel uit
van het instemmingsbesluit, maar vormt een nadere concretisering van art.
5.7 Telecomwet inzake schadevergoeding. Wel kan het instemmingsbesluit
verwijzen naar gemaakte of te maken afspraken inzake vierkant herstraten.
Een eventueel geschil inzake schadevergoeding zal, ongeacht de hoogte van de
vordering, ingevolge art. 5.13 Telecomwet worden beslist door de
kantonrechter.
Artikel 6:
Voorschriften en beperkingen bij instemming
Onderdeel van Telecommunicatieverordening 2011 gemeente Lansingerland