1.Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 13, eerste
lid is gegeven, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden
dienovereenkomstig te handelen.
Hij die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel
13, tweede lid, artikel 14, eerste en tweede lid bepaalde wordt
gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van
de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke beoordeling op
grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de
strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de
boomwaarde.