Het is verboden zonder (omgevings-)vergunning van het bevoegd gezag
houtopstand te vellen of te doen vellen, onverminderd het gestelde
in artikel 2 lid 1.
Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens vergunning geldt
eveneens voor:
houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en
instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 9 en 10 van
deze verordening;
houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst
met een publiekrechtelijk bestuursorgaan.
Onverminderd het gestelde in artikel 2 lid 1, geldt het eerste lid
gestelde verbod geldt niet voor houtopstand dat zich bevindt op een
perceel in privaat eigendom binnen een straal van 10 meter uit de
gevel van een op dat perceel aanwezig pand.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand
die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd
als bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van de Boswet.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:
houtopstand die moet worden geveld krachtens de
Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van
Burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde
in de artikelen 9 en 10 van deze verordening;
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
reguliere onderhoud;
het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud.