1.De (omgevings-)vergunning tot vellen als bedoeld in deze
verordening vervalt indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na
het onherroepelijk zijn van de vergunning gebruik is gemaakt, tenzij
een langere termijn noodzakelijk is vanwege de voorzienbare langere
uitvoeringstermijn van een project.
In het geval het een omgevingsvergunning voor het vellen van meer
dan één boom betreft, is de omgevingsvergunning voor alle bomen
slechts één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één boom
of enkele bomen al geveld zijn, behoudens de in het eerste lid
gestelde bevoegdheid tot het voorschrijven van een langere
termijn.