**1..** Onverminderd artikel 41, tweede lid, van de wet, ziet het college af
van het toepassen van afstemming indien:
de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die
gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de
gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en
als gevolg van die gedraging ten onrechte
inkomensvoorziening is verleend. Afstemming wegens schending
van de inlichtingenplicht wordt niet toegepast na verloop
van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft
plaatsgevonden.
het college dringende redenen aanwezig acht.
**2..** Indien het college afziet van het toepassen van afstemming op grond
van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1:
Artikel 6.
Afzien van het opleggen van afstemming
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW/IOAZ 2011 gemeente Lansingerland 2011