Naar hoofdinhoud
1.. Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven: particuliere graven particuliere kindergraven particuliere urnengraven particuliere urnennissen particuliere gedenkplaatsen algemene graven 2.. De algemene graven zijn (kelder)graven waarin gelegenheid wordt gegeven om lijken te begraven voor de tijd van tien jaren. 3.. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar recht op een particulier graf of kindergraf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. 4.. Het in het derde lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van 10 jaren, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 5.. Het in het derde lid van dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot het tijdstip waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken. 6.. In particuliere en algemene graven wordt in 2 lagen boven elkaar begraven, uitgezonderd de algemene begraafplaats te Berkel en Rodenrijs waar in 3 lagen boven elkaar wordt begraven. Op de algemene begraafplaats te Bleiswijk wordt in de keldergraven eveneens in 3 lagen boven elkaar begraven. 7.. De particuliere urnengraven worden uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste twee asbus(sen), met of zonder urn(en). 8.. De particuliere urnennissen worden uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor de bijzetting van ten hoogste twee asbussen (afmetingen nis 30 x 30 cm). Op de begraafplaats van Berkel en Rodenrijs worden tevens urnennissen uitgegeven voor ten hoogste vier asbussen (afmetingen nis 30 x 50 cm). 9.. In bijzondere, in deze verordening niet voorziene gevallen beslist het college omtrent hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen mogen worden bijgezet in de algemene en particuliere graven, met inachtneming van de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997.

Rechtspraak bij dit artikel