In deze verordening wordt verstaan onder:
afdeling: de organisatorische eenheid die is ontstaan na toewijzing van taken, als bedoeld in artikel 2;
ambtelijke organisatie: het geheel van personen in dienst van de gemeente, ongeacht hun rechtspositie, alsmede de (tijdelijke) verbanden waarin zij werkzaam zijn;
gemeentesecretaris: de ambtenaar als bedoeld in artikel 100 en volgende
van de Gemeentewet;
algemeen directeur: de gemeentesecretaris in zijn functie van hoofd van de ambtelijke organisatie;
afdelingsmanager: de ambtenaar belast met de integrale aansturing van een afdeling en (beleids)initiëring- ontwikkeling en uitvoering op het werkterrein van de afdeling;
PIOFAH-taken: taken op het gebied van Personeel, Informatisering, Organisatie, Financiën, Aanschaf en Huisvesting;
teamleider: de ambtenaar die eerstverantwoordelijk is voor en leiding geeft aan de medewerkers van een taakveld, of een cluster van samenhangende taakvelden;
concerncontroller: de ambtenaar die is belast met de sturing van de planning- en controlcyclus en de advisering van het college en management op het gebied van kwaliteitsbewaking en –verbetering van de bedrijfsvoering.
project: tijdelijk organisatorisch verband tussen verschillende afdelingen naast de lijnorganisatie, bestaande uit samenhangende activiteiten en gericht op een in tijd begrensd doel.
projectleider: de ambtenaar die belast is met de project-verantwoordelijkheid en de niet hiërarchische leiding aan de deelnemers van een projectteam.
projectmatig werken: een werkmethodiek waarbij op basis van een aantal logische stappen een resultaat opgeleverd wordt.
managementteam: permanente ambtelijke overlegstructuur bestaande uit de algemeen directeur / gemeentesecretaris en de afdelingsmanagers, aangevuld met de directiesecretaris en zo nodig met adviseurs;
directiemodel: organisatiestructuur met twee sturingsniveaus, te weten op directie- en op afdelingsniveau.