Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5 › Afdeling 4

Artikel 5:18

Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING OEGSTGEEST 2011

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. indien het beoogde gebruik in strijd is met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet; alvorens de vergunning te weigeren onderzoekt het college of het bevoegd gezag bereid is om een omgevingsvergunning te verlenen met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo. Het college houdt de beslissing op de aanvraag aan van de vergunning tot het moment dat het bevoegd gezag beschikt over de aanvraag omgevingsvergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel