Als op voetpaden die breder zijn dan 1.20 meter minder dan
1.20 meter vrije ruimte voor voetgangers overblijft.
Als beplanting overhangt over voetpaden die smaller zijn dan
1.20 meter.
Als beplanting overhangt over fietspaden, parkeerstroken of
rabatstroken.
Als beplanting in de hierboven a tot en met c bedoelde
gevallen hangt op minder dan 2.20 meter hoogte boven de
openbare weg.
Als armaturen van lichtmasten, ook op meer dan 2.20 meter
hoogte, verkeersborden en brandweerkranen geheel of
gedeeltelijk door beplanting worden afgeschermd.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 6a
Artikel 2:23b
Hinder voor het wegverkeer
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING OEGSTGEEST 2011