Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 10

Artikel 2:39

Speelgelegenheden

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING OEGSTGEEST 2011

1.. Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2.. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten. 3.. In aanvulling op de weigeringsgronden uit 1:8 weigert de burgemeester de vergunning: indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; indien het beoogde gebruik in strijd is met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet; alvorens de vergunning te weigeren onderzoekt de burgemeester of het bevoegd gezag bereid is om een omgevingsvergunning te verlenen met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo. De burgemeester houdt de beslissing op de aanvraag aan van de vergunning tot het moment dat het bevoegd gezag beschikt over de aanvraag omgevingsvergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel