**1..** Het is verboden zonder vergunning van het college een
standplaats in te nemen of te hebben.
**2..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
worden geweigerd:
indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
van welstand;
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
in gevaar komt.
indien het beoogde gebruik in strijd is met een
bestemmingsplan, een beheersverordening, een
exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel
4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet
ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor
zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid,
tweede volzin, van die wet;
alvorens de vergunning te weigeren onderzoekt het
college of het bevoegd gezag bereid is om een
omgevingsvergunning te verlenen met toepassing van
artikel 2.12 van de Wabo. Het college houdt de
beslissing op de aanvraag aan van de vergunning tot het
moment dat het bevoegd gezag beschikt over de aanvraag
omgevingsvergunning.
HOOFDSTUK 5 › Afdeling 4
Artikel 5:18
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING OEGSTGEEST 2011