Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 8.5

Intrekking en beëindiging

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Sint-Michielsgestel

1.. 1 Het college trekt een besluit genomen op grond van deze verordening geheel of gedeeltelijk in, indien: niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden of verplichtingen gesteld bij of krachtens de wet; op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen, terwijl de belanghebbende wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat bedoelde gegevens onjuist waren; met ingang van de dag vanaf welke de rechthebbende heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op de voorziening. 2.. Onverminderd de gronden voor intrekking genoemd in het eerste lid, wordt de beschikking tot verlening van een PGB ingetrokken of gewijzigd met ingang van de dag vanaf welke de budgethouder schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op het budget. 3.. Bij overlijden van de budgethouder eindigt het PGB op de dag gelegen na de dag waarop de budgethouder overlijdt. 4.. De beschikking tot verlening van een PGB kan worden ingetrokken of gewijzigd met ingang van de dag waarop de aanvrager de in artikel 3.8 genoemde verplichtingen niet nakomt. 5.. Bij overlijden of verhuizing van de rechthebbende eindigt de periodieke financiële tegemoetkoming op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de rechthebbende is overleden. Om het terugvorderen van “kruimelbedragen” te voorkomen kan in praktijk worden aangesloten bij het einde van de betreffende betaalperiode.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel