Een stookplaats (niet zijnde een kampvuurkuil) dient zodanig te zijn gekozen dat de afstand van de rand van de stookplaats tot de volgende objecten tenminste bedraagt:
a. 10 meter tot een oppervlaktewater;
b. 10 meter van houtopstanden;
c. 50 meter in een andere richting dan de windrichting tot een gebouw of opstal, een houtwal, een opstapeling van oogstproducten, een opslag van brandbare stoffen, een openbare weg of een bos;
d. 200 meter in de windrichting tot een gebouw of opstal, een houtwal, een opstapeling van oogstproducten, een opslag van brandbare stoffen, een openbare weg of een bos.