De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de “regels voor waardering en afschrijving activa”. Artikel 10 stelt de regels voor de waardering en afschrijving van de vaste activa.
De vaste activa worden verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa, materiële vaste activa en financiële vaste activa. De immateriële vaste activa worden verdeeld in de kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. De materiële vaste activa worden onderverdeeld in materiële vaste activa met economisch nut en materiële vaste activa met alleen maatschappelijk nut.
Uit het BBV blijkt dat het niet afschrijven van investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut de voorkeur heeft. Het gaat hier bijvoorbeeld om wegen, pleinen en rotondes. Omdat het financieel (nog) niet haalbaar is de lasten die gepaard gaan met deze investeringen rechtstreeks in de exploitatie op te nemen, zullen deze investeringen lineair worden afgeschreven over een kortere of even lange periode als de verwachte levensduur.
De afschrijvingstermijnen vermeld onder lid 3. dienen gezien te worden als richtlijn. In het BBV is namelijk reeds vastgelegd dat de afschrijvingstermijn gelijk moet zijn aan de verwachte toekomstige levensduur.
Een aantal afschrijvingstermijnen is aangepast aan de praktijksituatie.
Hoofdstuk
Artikel 10
Waardering en afschrijving vaste activa
Onderdeel van Financiele Verordening 212 (2009)