Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 21

Grondbeleid

Onderdeel van Financiele Verordening 212 (2009)

Een belangrijke taak van een gemeente is het daadwerkelijk ingrijpen in de ruimtelijke ordening van een gemeente door zelf vastgoedlocaties te (laten) ontwikkelen. De uitgangspunten van het financieel beleid ten aanzien van het grondbeleid horen bij de raad thuis. Artikel 21, eerste lid, regelt, dat het college eenmaal in de vier jaar een nota grondbeleid aan de raad aanbiedt ter behandeling en vaststelling. In deze nota kan de raad de kaders vaststellen voor het toekomstig grondbeleid. De raad kan de nota altijd tussentijds agenderen. De reden waarom ervoor gekozen is om voor het grondbeleid wel periodiek een nota verplicht te stellen is dat het hier om een uitgesproken strategisch onderwerp gaat waarvoor het beleid op de langere termijn duidelijk aangegeven moet worden door de raad. Uiteraard staat het de raad vrij om op een eerder moment om een nota te verzoeken. Ook het college kan eerder een nota aanbieden indien daartoe aanleiding is. Het tweede lid van artikel 21 schrijft de feiten voor aangaande het grondbeleid waarover de raad in elk geval in de verplichte paragraaf grondbeleid bij de begroting en jaarstukken moet worden geïnformeerd. Daar de begroting, jaarstukken en nota’s openbare stukken zijn, kan vermelding van bepaalde, in de verordening vereiste, informatie de belangen van de gemeente schaden. We kunnen bijvoorbeeld denken aan het opnemen van de financiële onderhandelingsruimte in de begroting voor de aankoop van een stuk grond. Dergelijke informatie tast de onderhandelingspositie van de gemeente aan. Zulke gegevens neemt men vanzelfsprekend niet herkenbaar op in de begroting, jaarstukken en openbare nota’s.

Rechtspraak bij dit artikel