**1..** De (financiële) administratie van een instelling, wordt gevoerd
volgens een algemeen gebruikelijke structuur en dient zodanig te
zijn ingericht en te worden bijgehouden, dat zij te allen tijde een
getrouw en inzichtelijk beeld geeft van de ondernomen activiteiten
/ producten, de bezittingen, de schulden, het eigen
vermogen en de financiële resultaten van de instelling.
**2..** Alle inkomsten en uitgaven van de instelling moeten aannemelijk zijn
en uit de kasstukken moet de aard van de geleverde goederen en
diensten blijken.
**3..** Het boekjaar van de instelling dient gelijk te zijn aan het
kalenderjaar.
**4..** De instelling dient zorg te dragen voor een overzichtelijke
administratie van de gegevens die nodig zijn om vast te stellen of
de instelling voldoet aan de voor haar geldende eisen en om het
subsidie te kunnen berekenen.
**5..** De instelling houdt de administratieve gegevens ten minste vijf
jaren na afloop van het boekjaar beschikbaar.
**6..** Door het college aangewezen ambtenaren en/of derdedeskundigen hebben
desgevraagd inzage in de boeken en bescheiden, daaronder begrepen
adviezen van externe deskundigen, en ontvangen alle inlichtingen,
welke voor een juiste uitoefening van hun functie in het algemeen en
voor de beoordeling van de levering van de producten in het
bijzonder, nodig zijn.
**7..** Een door het college aangewezen accountant heeft de bevoegdheid tot
controle op de verrichte werkzaamheden van de controlerend
accountant van de instelling. De instelling draagt er zorg voor dat
haar accountant hiermee instemt.