1. De havenmeester of diens plaatsvervanger zorgt voor de toewijzing van een ligplaats in de wachthaven.
2. Van een toegewezen ligplaats mag niet langer dan twee aaneengesloten maanden gebruik gemaakt worden.
3. De havenmeester of diens plaatsvervanger kan de in het tweede lid genoemde termijn met ten hoogste twee maanden verlengen.
4. Binnen drie maanden na het verlaten van de ligplaats mag niet opnieuw een ligplaats worden ingenomen, tenzij er binnen de toegestane termijn bedrijfsmatige activiteiten van herhaaldelijke aard plaatsvinden.
5. De havenmeester of diens plaatsvervanger kan tussentijds een andere ligplaats aanwijzen dan de oorspronkelijk toegewezen plaats (bijvoorbeeld in verband met onderhoudswerkzaamheden aan de havenvoorzieningen). Deze wijziging van ligplaats heeft geen invloed op de termijn genoemd in het tweede en derde lid.