Naar hoofdinhoud

Paragraaf 6

Artikel 26

Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging

Onderdeel van Afvalstoffenverordening Wassenaar

1.. Het is verboden afvalstoffen, stof of voorwerp, buiten een daarvoor door het college aangewezen plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op of in de bodem te plaatsen, te storten, te werpen, uit te gieten, te houden of te laten vallen of te laten lopen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu. 2.. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. 3.. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op: het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen; het thuiscomposteren van groente-, fruit- en tuinafval; situaties waarbij de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg; situaties waarbij de Wet bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.

Rechtspraak bij dit artikel