Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

Onderdeel van de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2012.

1.. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een (gedeelte van een) seizoen of een jaar. jaarplaats: een vaste standplaats bestemd voor verblijf gedurende de periode 1 januari tot en met 31 december. seizoenplaats: een vaste standplaats bestemd voor verblijf gedurende de periode 1 april tot en met 31 oktober. gebroken seizoenplaats: een vaste standplaats bestemd voor verblijf gedurende de periode 1 april tot en met 30 juni en van 1 september tot en met 31 oktober. voorseizoenplaats: een vaste standplaats bestemd voor verblijf gedurende de periode 1 april tot en met 30 juni. naseizoenplaats: een vaste standplaats bestemd voor verblijf gedurende de periode 1 september tot en met 31 oktober. he&pi-plaats: een standplaats bestemd voor verblijf gedurende de periode Hemelvaartsdag tot en met Tweede Pinksterdag. 2.. Voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. 3.. Het aantal overnachtende personen wordt, met betrekking tot kampeermiddelen op vaste standplaatsen ingeval van: een jaarplaats gesteld op 2,62; een seizoenplaats gesteld op 2,89; een gebroken seizoenplaats gesteld op 2,79; een voorseizoenplaats gesteld op 2,53; een naseizoenplaats gesteld op 2,15; een he&pi-plaats gesteld op 3,00. 4.. Het aantal malen dat door de in het tweede lid bedoelde personen is overnacht wordt, ingeval verblijf wordt gehouden in kampeermiddelen op vaste standplaatsen voor: een jaarplaats gesteld op 66; een seizoenplaats gesteld op 52; een gebroken seizoenplaats gesteld op 34; een voorseizoenplaats gesteld op 27; een naseizoenplaats gesteld op 20; een he&pi-plaats gesteld op 7,8.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel