Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 32

Opheffing en liquidatie

Onderdeel van gemeenschappelijke regeling VIXIA

1.. De regeling wordt opgeheven indien ten minste tweederde van de deelnemende gemeenten daartoe besluit. 2.. Indien de regeling wordt opgeheven, geschiedt de liquidatie door het algemeen bestuur. De financiële gevolgen van de opheffing zullen worden geregeld overeenkomstig de verdeelsleutel als hiervoor bepaald in artikel 31 lid 3. 3.. Uiterlijk 6 maanden voor het tijdstip, waarop de regeling ophoudt te bestaan, stelt het bestuur een liquidatieplan op dat aan de raden van de aangesloten gemeenten moet worden medegedeeld. Dit liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen conform de verdeelsleutel als hiervoor bepaald in artikel 31 lid 3. 4.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen hun bedenkingen over het liquidatieplan binnen twee maanden na ontvangst daarvan aan het algemeen bestuur meedelen. Het daarna door het bestuur vastgestelde liquidatieplan wordt ter goedkeuring aan gedeputeerde staten gezonden. 5.. De deelnemende gemeenten zullen er steeds voor zorg dragen dat het bestuur van het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. Indien aan het bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat een deelnemende gemeente weigert deze uitgaven op de begroting zetten, doet het bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de art.194 en 195 Gemeentewet. De deelnemende gemeenten verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar lichaam, de rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende gemeenten te verdelen. 6.. Zo nodig blijft het bestuur ook na het tijdstip der opheffing voortbestaan ten behoeve van de liquidatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel