Naar hoofdinhoud
Artikel 1 BegripsomschrijvingenIn deze verordening wordt verstaan onder:a. bouw- en/of sloopafval:afval ontstaan door bouw en/of sloopactiviteiten.b. G.F.T.- afval: groente-, fruit- en tuinafval.c. grof huisvuil: afval afkomstig van een particuliere huishouding dat door omvang en/of hoeveelheid niet in aanmerking komt voor periodieke inzameling, niet zijnde gevaarlijke stoffen, bouw- en sloopafval, autowrakken, autobanden en bedrijfsafval.d. gevaarlijke afvalstoffen: afvalstoffen die als zodanig zijn aangewezen in het “Besluit Aanwijzing Gevaarlijke Afvalstoffen” ( BAGA).e. restafval:afvalstoffen niet zijnde G.F.T. - afval, grof huisvuil en gevaarlijke afvalstoffen.f. inzameldienst: de dienst als bedoeld in artikel 2 van de “Afvalstoffenverordening gemeente Ameland”.g. huishoudelijke afvalstoffen:afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, niet zijnde autowrakken of als gevaarlijk aangemerkte huishoudelijke afvalstoffen.h. bedrijfsafvalstoffen:afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen, autowrakken of gevaarlijke afvalstoffen. i. woning met éénpersoons huishouden:woning met een particuliere huishouding die volgens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens per 1 januari van het belastingjaar uit één persoon bestaat.j. woning met meerpersoons huishouden:woning met een particuliere huishouding die volgens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens per 1 januari van het belastingjaar uit twee of meerdere personen bestaat.k. vakantieonderkomen:een vakantieonderkomen in de zin van artikel 2, sub a van de “Verordening toeristenbelasting 2012” van de gemeente Ameland.l. kamerverhuur:de verhuur van een kamer in de zin van artikel 2, sub e van de "Verordening toeristenbelasting 2012" van de gemeente Ameland.m. slaapplaats:slaapplaats in de zin van artikel 6, lid 3, van de "Verordening toeristenbelasting 2012" van de gemeente Ameland. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken en of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen, bedoeld in artikel 2, gebruik maakt. Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 5 BelastingjaarMet betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing1. De rechten bedoeld in artikel 1 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.2. De rechten bedoeld in artikel 2 van de tarieventabel worden geheven door middel van een schriftelijke gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.3. De rechten bedoeld in artikel 3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een schriftelijke gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1. De rechten bedoeld in artikel 1 en 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechtenDe rechten bedoeld in de artikelen 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de in artikel 6, lid 1, genoemde aanslagen worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijnen telkens een maand later.2. In afwijking van lid 1 geldt dat de in artikel 6, lid 1, genoemde aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten hoogste vier bedraagt.3. In afwijking van de vorige leden geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de voorlopige aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. In afwijking van lid 3 geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten hoogste negen bedraagt.5. In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de in artikel 6, lid 2 genoemde rechten worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.6. In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de in artikel 6, lid 3 genoemde rechten worden betaald binnen een maand na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.7. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen. Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethoudersHet college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsrechten. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel1. De “Verordening reinigingsrechten 2011”, vastgesteld bij raadsbesluit van 29 november 2010, alsmede de “Wijzigingsverordening reinigingsrechten 2011”, vastgesteld bij raadsbesluit van 29 augustus 2011, worden ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening reinigingsrechten 2012”.5. Op de "Verordening reinigingsrechten 2012” is tevens van toepassing de "Afvalstoffenverordening gemeente Ameland".

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel