Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Hoogte van de boete

Onderdeel van BOETEVERORDENING WET INBURGERING NIEUWKOMERS

1.. De bestuurlijke boete die voor de nieuwkomer geldt bedraagt onverminderd het bepaalde in artikel 2: 10% van de norm bij het niet of in onvoldoende mate meewerken bij de uitvoering van het bepaalde in artikel 2, lid 1 en artikel 4, lid 4 van de wet. 20% van de norm bij het niet of in onvoldoende mate meewerken aan het bepaalde in artikel 8, artikel 9, lid 1, artikel 10, lid 3 en artikel 12, lid 1 van de wet. 2.. De hoogte van de bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid, wordt eenmalig verdubbeld, indien de nieuwkomer zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een bestuurlijke boete is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde verwijtbare gedraging zoals bedoeld in het eerste lid. 3.. Met een besluit waarmee een bestuurlijke boete is opgelegd, wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 4, lid 2. 4.. Indien het college heeft vastgesteld dat de betrokken nieuwkomer niet onder de werking van de WIN valt, wordt de bestuurlijke boete ambtshalve ingetrokken. 5.. Het college legt in beleidsregels vast in welke gevallen de hoogte van de bestuurlijke boete kan afwijken van het bepaalde in lid 1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel