Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Ontbinding in geval van verontreiniging

Onderdeel van Algemene verkoopvoorwaarden gemeente Dinkeland 2010

1.. De wederpartij heeft het recht de verkoopovereenkomst eenzijdig te ontbinden indien hij in het gekochte alsnog voor het milieu of de volksgezondheid gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen aantreft, waarvan hij aannemelijk maakt, dat deze al aanwezig waren op het tijdstip van ondertekening van de notariële akte, en dat deze van zodanige aard zijn dat van hem niet kan worden gevergd dat hij, zonder dat wordt gesaneerd, de onroerende zaak aanvaardt (met name ook als door deze verontreiniging de realisering van de door partijen op het gekochte beoogde bestemming in gevaar komt). 2.. Een recht op ontbinding bestaat niet als de redelijkheid en billijkheid zich wegens de geringe ernst van de verontreiniging verzetten tegen ontbinding en/of als de gemeente zich (ook ingeval van ernstiger verontreiniging) verplicht op zijn kosten passende maatregelen te nemen tot opheffing van de verontreiniging casu quo de schadelijke gevolgen daarvan. 3.. Het vorenstaande laat onverlet het recht van de wederpartij op schadevergoeding als en voor zover daarvoor wettelijke of contractuele gronden zijn. 4.. Niet als aan de gemeente toe te rekenen verontreiniging wordt aangemerkt aanwezigheid van stoffen waarvan de gemeente op het tijdstip van ondertekening van de notariële akte niet een verontreinigend karakter als bedoeld in deze bepaling behoefde aan te nemen op grond van de toen in dit opzicht bestaande gezaghebbende inzichten. 5.. Onder voor het milieu of volksgezondheid gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen wordt niet verstaan: funderingsrestanten, puin of andere restanten van bouwkundige aard, stobben van bomen of struiken, de aanwezigheid van de draagkracht van de grond beïnvloedende omstandigheden. Op deze zaken heeft dit artikel dus geen betrekking.

Rechtspraak bij dit artikel