a De aanvraag van de vergunning als bedoeld in artikel 10, lid a, wordt schriftelijk via een door de gemeente vastgesteld formulier ingediend bij het college.
b Daarbij worden, indien van toepassing, de volgende bescheiden in vijfvoud overhandigd:
tekeningen (schaal 1:100) van de bestaande en nieuwe situatie:
de plattegronden van iedere verdieping van het bouwwerk;
lengte en dwarsdoorsneden;
gevelaanzichten;
details die betrekking hebben op de in het geding zijnde monumentale waarden
een situatietekening (schaal 1:1000) gebaseerd op, door of namens het college aangegeven kaartmateriaal waaruit blijkt de situering van het bouwwerk op het betreffende terrein, de wijze van ontsluiting, de aangrenzende terreinen met de daarop voorkomende bebouwing en het beoogde gebruik van het bij het bouwwerk behorende terrein:
tekeningen of foto´s van de omgeving inclusief de in de nabijheid gelegen bouwwerken voorzover nodig ter beoordeling van de aanvraag
een werkomschrijving of bestek
een bouwhistorisch rapport
een gespecificeerde begroting
c Indien blijkt dat de aanvrager niet de verlangde gegevens heeft ingeleverd, stelt het college de aanvrager binnen een maand na ontvangst van de aanvraag in de gelegenheid alsnog binnen veertien dagen de door het college aan te geven ontbrekende gegevens in te leveren. Gebeurd dit niet, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
d Het college kan bij verzoek tot wijziging of afbraak van het beschermde, gemeentelijke monument bepalen dat een bouwhistorisch of archeologisch onderzoek deel dient uit te maken van het verzoek.