a Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, na toetsing aan de selectiecriteria, besluiten een onroerende zaak of terrein aan te wijzen als beschermd gemeentelijk monument.
b De aanvraag voor de aan te wijzen onroerende zaak of het terrein dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:
adresgegevens
kadastrale gegevens
eigenaargegevens
c Een besluit tot aanwijzing als gemeentelijk monument dient gebaseerd te zijn op een redengevende omschrijving. De criteria zijn:
de cultuurhistorische en wetenschappelijke waarde
de architectuurhistorische en esthetische waarde
de ensemble waarde
de gaafheid
de herkenbaarheid
de zeldzaamheid.
d Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt zij advies aan de commissie Welstand en Cultureel Erfgoed. In spoedeisende gevallen kan men hier van afwijken.
e Het college kan bij de aanwijzing van een onroerende zaak of terrein als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat nader bouwhistorisch of archeologisch onderzoek wordt verricht.
f De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Zuid-Holland.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1
Artikel 3
De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument
Onderdeel van Monumentenverordening Wassenaar 2004