Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1

Artikel 3

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument

Onderdeel van Monumentenverordening Wassenaar 2004

a Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, na toetsing aan de selectiecriteria, besluiten een onroerende zaak of terrein aan te wijzen als beschermd gemeentelijk monument. b De aanvraag voor de aan te wijzen onroerende zaak of het terrein dient minimaal de volgende gegevens te bevatten: adresgegevens kadastrale gegevens eigenaargegevens c Een besluit tot aanwijzing als gemeentelijk monument dient gebaseerd te zijn op een redengevende omschrijving. De criteria zijn: de cultuurhistorische en wetenschappelijke waarde de architectuurhistorische en esthetische waarde de ensemble waarde de gaafheid de herkenbaarheid de zeldzaamheid. d Voordat het college over de aanwij­zing een besluit neemt, vraagt zij advies aan de commissie Welstand en Cultureel Erfgoed. In spoedeisende gevallen kan men hier van afwijken. e Het college kan bij de aanwijzing van een onroerende zaak of terrein als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat nader bouwhistorisch of archeologisch onderzoek wordt verricht. f De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Zuid-Holland.

Rechtspraak bij dit artikel