Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Plaats en omvang

Onderdeel van Nadere regels terzake uitstallingen

1.. Uitstallingen mogen uitsluitend worden geplaatst op voetwegen of in voetgangersgebieden. 2.. Voor voetgangers dient ten minste 1.50 meter brede en vrije doorloopruimte gewaarborgd te blijven. 3.. Voor hulpverleningsverkeer dient te allen tijde een vrije doorgang van tenminste 3.50 meter gewaarborgd te blijven. 4.. Uitstallingen mogen over de gehele gevelbreedte van het pand waarin de winkel is gevestigd, worden geplaatst. 5.. Uitstallingen mogen niet geplaatst worden: op brandkranen op afwateringen voor nooduitgangen voor de entree/deur van de winkel op of voor de toegang die ten dienste staat van gehandicapten.

Rechtspraak bij dit artikel