Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in
artikel 2 verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventuele
andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als
bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet
schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing van:
een adviseur als bedoeld in artikel 3, eerste lid, of
meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 3, vijfde
lid.
De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede
debelanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid,
van de wet kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in
het eerste lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot
wraking van één of meerdere adviseurs bij het college indienen.
Het college beslist binnen vier weken na het verstrijken van de in
het tweede lidbedoelde termijn over een ingediend verzoek tot
wraking van één of meerdere adviseurs.