Voorafgaande aan elke raadsvergadering is er een vragenuur,
tenzij er bij de voorzitterof de griffier geen vragen zijn
ingediend.
Een vragenuur vangt in de regel aan om 20.00 uur. In dat geval
vangt deraadsvergadering aan op het moment dat het vragenuur
eindigt.De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur
eindigt.In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het
vragenuur op een andertijdstip wordt gehouden.
Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil
stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste
24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter of de
griffier. De voorzitter kan na overleg met het presidium
weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te
stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op
diezelfde dag aan de orde komt.
De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
vragensteller, het college, voor de burgemeester en voor de
overige leden van de raad.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen
en een toelichting daarop te geven.
Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt
de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
stellen.
Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en
worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4
Artikel 40
Vragenuur
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2006