Naar hoofdinhoud
Voorafgaande aan elke raadsvergadering is er een vragenuur, tenzij er bij de voorzitterof de griffier geen vragen zijn ingediend. Een vragenuur vangt in de regel aan om 20.00 uur. In dat geval vangt deraadsvergadering aan op het moment dat het vragenuur eindigt.De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt.In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een andertijdstip wordt gehouden. Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter of de griffier. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Rechtspraak bij dit artikel