Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2006

1.. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het (centraal) stembureau. 2.. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit en licht dit mondeling toe. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3.. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 4.. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.. Bij benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet, of de, door de kandidaat aan de commissie te overleggen vereiste Verklaring omtrent het Gedrag geen belemmering vormt de functie uit te oefenen. 6.. De kandidaat-wethouder overlegt de documenten en informatie die nodig zijn voor het in het vorige lid genoemde onderzoek. De kandidaat-wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar. 7.. De werkwijze van de commissie genoemd in lid 5 is overeenkomstig het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel