**1..** Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een onafgebroken periode van 60 maanden aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**2..** Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die:
op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000;
op de peildatum geen zicht heeft op inkomensverbetering als direct gevolg van eigen handelen of gemaakte keuzes gedurende de in het eerste lid van dit artikel genoemde periode.
**3..** Onverlet het bepaalde in artikel 40 eerste lid juncto artikel 42 van de wet is het college van de gemeente waar een belanghebbende op de peildatum woonplaats heeft/had gehouden op de aanvraag om een langdurigheidstoeslag te beslissen.
**4..** Daar waar artikel 36 van de wet spreekt over een persoon wordt daaronder mede verstaan de partner die evenzeer aan alle voorwaarden moet voldoen.
**5..** Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag op grond van het bepaalde in de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.