Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Voorlopige voorziening

Onderdeel van Verordening Nadeelcompensatie Centrum Noord

Het college kan op verzoek van een belanghebbende, die naar redelijkerwijs valt te verwachten in aanmerking komt voor nadeelcompensatie en die een spoedeisend belang heeft, vooruitlopend op zijn besluit als bedoeld in de artikelen 6 of 7 besluiten een voorlopige voorziening te treffen. Een verzoek om een voorlopige voorziening kan worden ingediend vanaf de start van het bouwproject. Met het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt geen recht op nadeelcompensatie erkend of verleend. Indien de voorlopige voorziening van financiële aard is, dient belanghebbende, alvorens het voorschot wordt uitgekeerd, schriftelijk de verplichting te aanvaarden het eventueel te veel of ten onrechte ontvangen bedrag terug te betalen indien blijkt dat: a. op grond van het besluit van het college omtrent het verzoek om nadeelcompensatie en de bij dat besluit behorende gegevens blijkt dat het voorschot geheel of gedeeltelijk ten onrechte is verstrekt. b. op grond van nieuwe gegevens blijkt dat de getroffen voorlopige voorzieningen geheel of gedeeltelijk ten onrechte is getroffen. Terugbetaling als bedoeld in het vierde lid van dit artikel dient te geschieden vermeerderd met de wettelijke rente conform art. 6:120 BW vanaf de dag dat de belanghebbende over het bedrag heeft kunnen beschikken. Bij het treffen van een voorlopige voorziening in de vorm van een voorschot kan het college een zekerheidsstelling verlangen in de vorm van een hypotheek of een bankgarantie. Een ingediend verzoek om een voorlopige voorziening zal, als de periode van indiening van een verzoek om nadeelcompensatie ingegaan is, tevens worden aangemerkt als een verzoek om nadeelcompensatie en als zodanig in behandeling worden genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel