Lokale instellingen, uitgezonderd instellingen met het doel (semi-)commerciële belangen te behartigen, die activiteiten organiseren voor de lokale jeugd kunnen voor de deskundigheidsbevordering van de voor de instelling werkende vrijwilligers een stimuleringsbijdrage aanvragen.
Aan de onder lid 1 genoemde instellingen wordt slechts een stimuleringsbijdrage beschikbaar gesteld indien de instelling meer dan 50 jeugdigen tot haar doelgroep heeft.
De bijdrage zoals genoemd onder lid 1 van dit artikel wordt alleen verstrekt voor de deskundigheidsbevordering van de vrijwilligers die gericht zijn op het trainen en/of begeleiden van jeugd of gericht zijn op vrijwilligerswerk ten behoeve van de jeugd. Deskundigheidsbevordering ten behoeve van de training en/of begeleiding van volwassenen komt niet voor subsidie in aanmerking.
Aan instellingen die voldoen aan het gestelde in de artikelen 1 en 2 kan een stimuleringsbijdrage beschikbaar worden gesteld.
De hoogte van de stimuleringsbijdrage is afhankelijk van het door de gemeenteraad jaarlijks beschikbaar gestelde budget en het totaal aantal aanvragen over dat jaar.
Uit de aanvraag moet blijken:
de aard, de omvang van en de aantoonbare behoefte aan de deskundigheidsbevordering binnen de organisatie;
dat financiering van de kosten uit een andere bron niet mogelijk is;
dat de instelling zelf uit het eigen budget ook een bijdrage levert aan de kosten van de deskundigheidsbevordering.
Als minimale eigen bijdrage van de instelling wordt een percentage van 15% gehanteerd.
De subsidieaanvragen dienen uiterlijk vóór 1 mei van het lopende subsidiejaar te worden ingeleverd bij het college.