De raadsvoorzitter vraagt of stemming over een voorstel
wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook
de raadsvoorzitter dit niet verlangt, stelt de
raadsvoorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
stemming is aangenomen.
In de vergadering aanwezige leden van de raad kunnen om een
aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht
worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben
onthouden.
De raadsvoorzitter kan voorstellen om over een bepaald
voorstel of onderwerp te stemmen bij handopsteken.
Indien door één of meer raadsleden hoofdelijke stemming
wordt gevraagd, doet de raadsvoorzitter daarvan
mededeling.
De raadsvoorzitter roept de leden van de raad bij naam op
hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat
daarvoor overeenkomstig artikel 38 is aangewezen.
Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig
raadslid, dat zich niet van deelneming aan de stemming moet
onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen.
De raadsleden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of
‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.
Indien een raadslid zich vergist bij het uitbrengen van zijn
stem, dan kan hij deze vergissing nog herstellen, voordat
het volgende lid gestemd heeft. Als hij zijn vergissing pas
later bemerkt, kan hij, nadat de raadsvoorzitter de uitslag
van de stemming bekend heeft gemaakt, om de aantekening
vragen dat hij zich heeft vergist. Deze aantekening heeft
geen
invloed op de uitslag van de stemming.
9.De raadsvoorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming
mede, met vermelding van het aantal stemmen ‘voor’ en het aantal
stemmen ‘tegen’. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
besluit.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.
Artikel 50.
Algemene bepalingen over stemmingen in de raad
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad van gemeente Heusden 2010