Schriftelijke vragen van raadsleden aan het college en aan de
burgemeester worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen
kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt
aangegeven of een schriftelijke of mondelinge beantwoording
wordt verlangd.
De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg
voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige
leden van de raad en het college of de burgemeester worden
gebracht.
Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen
zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de
eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze
termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het
college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de
termijn wordt aangegeven, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit
bericht wordt behandeld als een antwoord.
De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad
toegezonden. De antwoorden worden tezamen met de betreffende
vragen geplaatst op de lijst van ingekomen stukken als bedoeld
in artikel 41 van dit reglement.
De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording
in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de
agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen
omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven
antwoord, tenzij de raad anders beslist. Iedere fractie kan
vervolgens in één termijn reageren op de reactie van het college
of de burgemeester.
Hoofdstuk 4:
Artikel 61.
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad van gemeente Heusden 2010