**1..** Diegenen die toestemming hebben aan de beraadslaging deel te spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.
**2..** Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken.
**3..** Een lid, de burgemeester, een wethouder of de secretaris, voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2
Artikel 20
Spreekregels
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2006, eerste wijziging