**1..** Voor het houden van een tentoonstelling van werken van één of meer in Leiden woonachtige beeldende kunstenaars kan aan de betreffende beeldende kunstenaar(s) een financiële bijdrage in de vorm van een presentatiesubsidie worden verstrekt.
**2..** De regeling geldt tevens voor kunstmanifestaties die met tentoonstellingen vergelijkbaar zijn. Onder kunstmanifestatie wordt verstaan een openbare vertoning van kunstwerken, die door een professionele organisatie is georganiseerd en tenminste in de regionale nieuwsmedia bekend is gemaakt.
**3..** Presentatiesubsidies worden niet verleend aan deelnemers van zogenaamde kunstmarkten c.q. braderieën.
**4..** Behoudens het gestelde in lid 8 worden presentatiesubsidies uitsluitend verleend ten behoeve van tentoonstellingen in galeries of musea:
waarvan het (doen) organiseren van tentoonstellingen van beeldende kunst hoofdactiviteit is;
die met regelmaat en met inachtneming van de onder 2. van dit artikel genoemde voorwaarden tentoonstellingen organiseren.
**5..** Voor het verkrijgen van presentatiesubsidie dient de tentoonstelling waar het subsidie voor bedoeld is te voldoen aan de volgende voorwaarden:
de tentoonstelling dient minimaal 16 uur per week publiekelijk toegankelijk te zijn op daarvoor gebruikelijke tijdstippen;
de duur van de tentoonstelling dient minimaal drie weken (21 dagen) aaneensluitend te zijn;
de tentoonstelling dient op enigerlei wijze duidelijk ter plaatse herkenbaar te zijn als tentoonstelling van beeldende kunst;
de organisator van de tentoonstelling, of een terzake kundige vertegenwoordiger daarvan, dient, voor het verstrekken van informatie over het tentoongestelde, tijdens de openingstijden voor het publiek bereikbaar te zijn. Gegevens met betrekking tot die bereikbaarheid dienen ter plaatse van de tentoonstelling vermeld te worden;
van de tentoonstelling dienen, tenminste, de regionale nieuwsmedia op de hoogte gesteld te worden.
**6..** Deelnemers aan tentoonstellingen van één of meer kunstenaars kunnen een bijdrage ontvangen in het subsidiabele tekort van de tentoonstelling van maximaal € 341,-- per persoon, per tentoonstelling. Bij tentoonstellingen in ziekenhuizen, bedrijven of openbare gebouwen geldt een maximum van € 114,-- in het subsidiabel tekort per persoon, per tentoonstelling.
**7..** Het subsidiabel tekort wordt berekend op basis van de subsidiabele presentatiekosten -/- netto-opbrengsten uit verkopen.
**8..** Als subsidiabele tentoonstellingskosten worden aangemerkt: de kosten die verband houden met de organisatie en inrichting van de tentoonstelling, zoals vervoer, verzekering, drukwerk, verzending van uitnodigingen, publiciteit, vernissage, zaalhuur, materiaalkosten van tijdelijke, éénmalige installaties, voor zover het materiaal na afloop van de tentoonstelling niet meer geschikt is voor hergebruik, en toezicht alsmede de kosten van het inlijsten van de kunstwerken. Niet subsidiabel zijn: de kosten die verband houden met het vervaardigen van de tentoongestelde kunstwerken en de overige beroepskosten van de beeldende kunstenaar zoals atelierhuur, gereedschap etc.
**9..** Per kalenderjaar kan aan een kunstenaar een bedrag van ten hoogste € 455,-- in totaal worden uitgekeerd.
**10..** Het maximale subsidiebedrag voor groepstentoonstellingen van tenminste zes kunstenaars bedraagt € 1.820,-- in totaal.
**11.** De aanvraag moet schriftelijk op het daarvoor bestemde formulier worden gedaan en gericht zijn aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden.
**12.** De aanvraag dient te worden ingediend in de maanden januari en februari en betrek-king te hebben op het voorafgaande kalenderjaar. Aanvragen die voortijdig dan wel te laat worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
**13.** De aanvrager dient een bewijs te overleggen dat zij/hij als beeldend kunstenaar met positief resultaat getoetst is door de provinciale selectiecommissie. Het bewijs van positieve toetsing mag niet ouder zijn dan drie jaar. De startend beeldend kunstenaar die toetsing heeft aangevraagd doch op het tijdstip van de opening van de tentoonstelling niet langer dan een jaar in haar/zijn beroepspraktijk werkzaam is en nog geen bewijs van toetsing kan overleggen, dient, om in aanmerking te kunnen komen voor een presentatiesubsidie, een diploma te overleggen. Uit dit diploma moet blijken dat een vakgerichte opleiding is gevolgd. Het niet indienen van het bewijs van toetsing heeft als gevolg dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen.
**14.** Indien zowel de aanvrager als de aanvraag voldoen aan de in deze deelverordening gestelde criteria wordt het presentatiesubsidie verleend. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
**15.** Aangezien de presentatiesubsidie wordt verstrekt in de vorm van een declaratiesubsidie kunnen geen voorschotten op de subsidie worden verstrekt. Op basis van de ingediende afrekening wordt subsidie verleend en tevens vastgesteld.