Naar hoofdinhoud

Artikel 5

De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget

Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Hoorn 2011

Op grond van artikel 19, tweede lid, in combinatie met artikel 19a, tweede lid, WI kan het college de voorziening vaststellen in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget als de inburgeringsplichtige daarom verzoekt. De gemeenteraad moet op grond van het vijfde lid van artikel 19 WI bij verordening regels stellen over de procedure die door het college wordt gevolgd bij het behandelen van verzoeken om een persoonlijk inburgeringsbudget en de criteria die worden gehanteerd bij het toekennen van een persoonlijk inburgeringsbudget. In het eerste lid is vastgelegd op welke aspecten het verzoek van de inburgeringsplichtigen om toekenning van een persoonlijk inburgeringsbudget word beoordeelt. Het verzoek moet voor een persoonlijk inburgeringsbudget kan schriftelijk en mondeling worden ingediend en mag niet meer kosten dan € 5000,-. Op grond van artikel 4.27, tweede lid, Besluit inburgering moet het college het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een inburgeringsprogramma of taalkennisvoorziening goedkeuren. Dit voorstel zal in de praktijk worden opgesteld door het inburgeringsbedrijf. Het tweede lid van dit artikel legt de criteria vast aan de hand waarvan het college het voorstel voor het volgen van een inburgeringsprogramma of taalkennisvoorziening goedkeurt. De eerste eis is dat het inburgeringsprogramma volgens het college passend moet zijn om de inburgeringsplichtige voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II. Voor de taalkennisvoorziening geldt de eis dat het gericht moet zijn op de verwerving van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een beroepsopleiding (MBO 1 en 2). Het derde vereiste is dat het inburgeringsprogramma of de taalkennisvoorziening wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de eis of de eisen die de verordening aan inburgeringsbedrijven stelt. Daarbij kan gedacht worden aan de volgende voorwaarden: ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel; beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie; beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen. Artikel 4.27, derde lid, Besluit inburgering schrijft voor dat de gemeenteraad bij verordening bepaalt wie met het inburgeringsbedrijf een overeenkomst met betrekking tot de inburgering van de inburgeringsplichtige sluit. De gemeente Hoorn kiest ervoor om deze overeenkomst door de inburgeringsplichtige af te laten sluiten. Dit wordt in het derde lid geregeld. Hiermee wordt een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige voor het traject naar eigen keuze.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel