Het is verboden om zonder splitsingsvergunning een recht op een
gebouw, aangewezen in artikel 33 van de Wet, te splitsen in
appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en
vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of
meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik
van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen
van deelneming- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een
verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking tot
een gebouw als bedoeld in het eerste lid.