Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Aanvragen van een onttrekkingsvergunning

Onderdeel van Verordening wijziging woningvoorraad 2011

1.. De aanvraag van een onttrekkingsvergunning wordt ingediend via een door de gemeente ter beschikking gesteld formulier bij burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende informatie en bewijsstukken: Naam en adres van de eigenaar; Dagtekening; Gegevens over de huidige situatie: adres en kadastrale ligging huur- of koopprijs; aantal kamers; woonoppervlak; woonlaag en staat van onderhoud; Gegevens over de beoogde situatie: bestemming; bouwtekening/bouwvergunning en compensatievoorstel; Reden van het verzoek; Gegevens bij voorgenomen samenvoeging of omzetting: verwachte huur- of koopprijs; naam van de toekomstige bewoner(s); omvang van het huishouden van de toekomstige bewoners en schriftelijke verklaring van toestemming van de huurder; Indien sprake is van reeds verleende omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c. van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) dient de aanvrager met gegevens aan te tonen of er overeenstemming is met die vrijstelling. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van aanvragen tot onttrekking ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel. 3.. Bij de beoordeling van aanvragen tot onttrekking ten behoeve van de praktijkuitoefening door officieel erkende medici of paramedici winnen burgemeester en wethouders steeds het advies in van de Adviescommissie Huisvesting Beoefenaars van Medische en Paramedische Beroepen. 4.. Op of bij de onttrekkingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders de volgende informatie: de mededeling dat binnen één jaar van de onttrekkingsvergunning gebruik gemaakt moet worden, dan wel de termijn in geval van een tijdelijke vergunning; de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; de opgelegde compensatie; de mededeling dat pas nadat voldoende is gecompenseerd, gebruik gemaakt mag worden van de vergunning; overige voorwaarden. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen voor tijdelijke onttrekking met een termijn van maximaal vijf jaar. 6.. Indien van de onttrekkingsvergunning slechts gebruik kan worden gemaakt na verlening van vrijstellingomgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c. uit de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO), wordt de aanvraag om onttrekkingsvergunning tevens aangemerkt als een verzoek om zodanige vrijstelling. 7.. Indien sprake is van een situatie als in lid 6, dan kunnen burgemeester en wethouders om nadere informatie en/of stukken verzoeken ter beoordeling van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel