Naar hoofdinhoud

Artikel 11

(Hoorzitting)

Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften Breda 2004

1.. De commissie bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting, waarin belanghebbenden en het verwerende bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich in persoon of bij gemachtigde door de commissie te doen horen. 2.. Degene die namens een belanghebbende ter zitting het woord wenst te voeren moet een schriftelijke en door deze ondertekende machtiging overleggen, tenzij hij als advocaat of procureur is ingeschreven of de belanghebbende zelf met hem verschijnt. 3.. De beslissing tot het afzonderlijk horen in de gevallen als bedoeld in artikel 7:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt genomen door de voorzitter van de desbetreffende kamer. De voorzitter beslist tevens of ter uitvoering van de in artikel 7:6, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht gegeven bevoegdheid, toepassing van het derde lid achterwege blijft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel